HANDLEIDING INFRACAD

Bijschriften

 

Met behulp van de ‘Bijschriften’ functionaliteit is het mogelijk om op eenvoudige wijze bijschriften bij NLCS-objecten in de tekening te plaatsen en te beheren.

 

Bijschrift plaatsen

Bijschriften bij tracé plaatsen

Gekoppelde Bijschriften weergeven

Bijschriften verwijderen

 

Dynamic input

Om tijdens het uitvoeren van de functies snel een instelling te kunnen omzetten wordt veelvuldig gebruik gemaakt van “dynamische invoer”. Zorg ervoor dat in de statusbalk linksonder de knop  ‘Dynamic Input’ actief is (Onder de knop   ‘Customization’ rechtsonder te vinden). U kunt dan tijdens het uitvoeren van een functie opties in beeld brengen door op de [Pijl Omlaag] toets te drukken. Keuzes zijn met behulp van de pijltjestoetsen en de [Enter] toets snel te maken.

Druk op [Pijl Omlaag] voor de keuzelijst

 

Deze opties worden bovendien op de commandoregel getoond:

Wijs het tweede punt van de aanpijling aan [Opmaak]:

 

Naast deze snel bereikbare instellingen kunnen ook enkele opties bij de Instellingen worden vastgelegd, die minder vaak hoeven te worden aangepast.

LET OP: Wanneer gekozen wordt voor het horizontaal plaatsen van de tekst, dan wordt deze horizontaal geplaatst ten opzichte van het actieve UCS (User Coordinate System).

LET OP:  Het is met de Bijschriften functionaliteit alleen mogelijk om AutoCAD Entities van Bijschriften te voorzien die kunnen worden herleid naar een bestaand NLCS-object.

De laagnaam van een Klic-laag kan extra gegevens bevatten (bijvoorbeeld de naam van een netbeheerder) die niet in de NLCS-bibliotheek te vinden zijn. Elke Klic-laag die door InfraCAD Map (Desktop) is gegenereerd bevat daarom de ID van een NLCS-object die in de bibliotheek gevonden kan worden. Van deze ID wordt het bijbehorende NLCS-object met Bijschriften opgezocht (zie ook de aantekening “Klic-lagen”).

 

 

 

InfraCAD v8.2

Copyright © 2025 ARKANCE