HANDLEIDING INFRACAD

Taludarcering tekenen

 

Met de knop  ‘Taludarcering tekenen’ kan tussen twee lijnen een taludarcering worden getekend. Deze Taludarcering wordt in de tekening geplaatst als een “Unnamed” Block, waardoor het mogelijk wordt een reeds geplaatste Taludarcering aan te kunnen passen. De functie kan ook worden gestart door "ICDDRAWTALUDARCERING" op de commandoregel uit te voeren.

De opties worden op de commandoregel getoond:

Selecteer een lijn als bovenzijde taludlijn, of [Wijzig/Update/Ontkoppelde]:

 

Heeft u Dynamic Input aan, dan zullen de opties ook aan de cursor hangen:

Kies voor één van de drie extra opties of plaats een nieuwe Taludarcering:

1.Selecteer een lijn als bovenzijde taludlijn.

Dit is een Line, Arc, Polyline, 2DPolyline of 3DPolyline die de bovenkant van het talud markeert.

2.Selecteer een lijn als onderzijde taludlijn

Een Line, Arc, Polyline, 2DPolyline of 3DPolyline die de onderkant van het talud markeert.

3.Geef een tussenafstand op voor de taludlijnen

Deze tussenafstand blijft bewaard tijdens de AutoCAD sessie, en wordt tevens bewaard in de getekende Taludarcering. De vraag blijft weg als bij de instellingen het vinkje bij "Tussenafstand vragen" wordt weggehaald.

4.Geef een lengteverhouding op voor de korte lijnstukken

Deze waarde kan op twee manieren worden ingevoerd: als percentage (bijv. 25%) of als verhouding 1:x (bijv. 3:4). De vraag blijft weg als bij de instellingen het vinkje bij "Lengteverhouding vragen" wordt weggehaald.

5.Kies een punt langs de lijn als startpunt

U kunt deze vraag overslaan door op [Enter] te drukken. Het beginpunt van de geselecteerde bovenlijn is dan het startpunt van de Taludarcering.

6.Kies een punt langs de lijn als eindpunt

Het te arceren gedeelte van de bovenlijn wordt daarbij blauw weergegeven. Ook deze vraag kunt u bevestigen met een [Enter]: het eindpunt van de geselecteerde bovenlijn is dan het eindpunt van de Taludarcering.

Het te arceren deel wordt blauw weergegeven

De taludarcering is gereed

Bij 3D polylijnen maakt het niet uit welke lijn als bovenzijde of als onderzijde wordt geselecteerd. De functie tekent automatisch de taludlijnen in de goede richting en zelfs in 3D. De taludlijnen worden haaks op de eerst gekozen lijn geplaatst.

LET OP: De Taludarcering krijgt automatisch de juiste kenmerken mee, mits binnen InfraCAD bekend is welke NLCS-objecten van toepassing zijn. In het document “NLCSAppData.xml” in de map van de Gebruiker-bibliotheek moet daarom een verwijzing naar het betreffende element in de NLCS-bibliotheek staan, bijvoorbeeld:

<ObjectItem name="TaludArcering" id="421" elementcode="S" />

<ObjectItem name="TaludarceringLang" id="422" elementcode="G" />

<ObjectItem name="TaludarceringKort" id="423" elementcode="G" />

Taludarcering wijzigen

Kies de optie ‘Wijzig’ om een bestaande Taludarcering te wijzigen. Na het selecteren van de Taludarcering worden u dezelfde 6 vragen gesteld, met uitzondering van de eerste 2. Als de bovenzijde of onderzijde lijn ontbreekt (verwijderd is) wordt wel gevraagd een nieuwe lijn te selecteren.

Taludarcering updaten

Kies de optie ‘Update’ om de Taludarcering te herstellen. Deze wordt dan onmiddellijk overnieuw getekend; handig als de bovenzijde of onderzijde lijn is gewijzigd, verplaatst of verlengd. Als de bovenzijde of onderzijde lijn ontbreekt (verwijderd is) wordt gevraagd een nieuwe lijn te selecteren.

Ontkoppelde Taludarceringen

Met behulp van de optie ‘Ontkoppelde’ kunnen alle Taludarceringen worden getoond waarvan de koppelingen met de lijnen die de bovenzijde en onderzijde van het talud markeren zijn verbroken (bijvoorbeeld omdat deze lijnen zijn verwijderd).

NLCS-eigenschappen bijwerken

De NLCS-module van InfraCAD ondersteunt de Taludarceringen volledig: u kunt met de wijzigingsknoppen eenvoudig eigenschappen als Status en Discipline bijwerken of alle eigenschappen herstellen.

LET OP: Kopieer een Taludarcering niet of probeer dit zoveel mogelijk te vermijden, maak in plaats daarvan een nieuwe Taludarcering aan. Kopiëren kan namelijk tot problemen leiden bij het gebruik van de "kwastjes" (de bijwerkknoppen). Zoals in het volgende scenario:

1.De taludarcering 1 met status "B" is gekopieerd (taludarcering 2)

2.U past met "Status bijwerken" de status van taludarcering 2 aan naar "N"

3.De lagen van de lange en korte lijnen in de taludarcering 2 wijzigen dan ook in "N"

4.Maar hetzelfde gebeurt bij taludarcering 1, terwijl deze zelf wel de status "B" blijft houden!

 

 

InfraCAD v8.2

Copyright © 2025 ARKANCE