HANDLEIDING INFRACAD

De (bocht)banden tekenen

 

Met de knop  ‘Kantopsluiting tekenen’ kan langs een lijn met rechte stukken en bochten de kantopsluiting worden getekend. De functie kan ook worden gestart door "ICDDRAWKANTOPSLUITING" op de commandoregel uit te voeren.

Is bij de Instellingen de optie "Keuzescherm tonen bij het starten van de functie" aangevinkt, dan zal eerst het volgende dialoogvenster verschijnen:

U heeft nu de mogelijkheid om te kiezen uit een uitgebreide serie trottoirbanden, RWS banden, geleidebanden en opsluitbanden. Is de eerdere keuze nog steeds van toepassing, ga dan snel naar de volgende stap door op de [Enter] toets te drukken. Het uitschakelen van de optie 'Keuzescherm tonen bij het starten van de functie' is natuurlijk ook een mogelijkheid.

LET OP: Om over deze symbolen te kunnen beschikken moet de NLCS-bibliotheek 4.2 (build 4.2.2) of later geïnstalleerd en geladen zijn.

Vervolgens wordt de eerste vraag gesteld, nadat is aangegeven welk type band (met afmeting) actief is:

  Actieve type: Trottoirbanden, 180/200X250_VB

  Selecteer de voorkant band [Type]:

 

Heeft u Dynamic Input aan, dan zullen de opties ook aan de cursor hangen:

Selecteer nu de lijn die als voorkant van de band getekend is. Dit kan een Line, Arc, Polyline of 2D Polyline zijn. Ook hier kunt u het keuzescherm oproepen, door een T (Type) in te voeren en op [Enter] te drukken.

Wijs de zijde van de achterkant band aan:

Kies een punt aan de zijde van de lijn waar de achterkant van de band zich bevindt.

Kies een punt langs de lijn als startpunt (of <Enter> om over te slaan):  

Wijs een punt aan op de lijn waar u de kantopsluiting wilt starten. Dit kan bijvoorbeeld bij een straatkolk zijn (zie afbeelding). Maar dit kan ook het dichtstbijzijnde startpunt van de lijn zijn: door op [Enter] te drukken wordt dit startpunt gekozen.

Kies een punt langs de lijn als eindpunt (of <Enter> om over te slaan):  

De blauwe lijn geeft aan welke richting langs de lijn wordt gekozen. Wijs een punt aan als einde van de kantopsluiting (bijvoorbeeld bij de volgende straatkolk), of druk op [Enter] om het eindpunt van de lijn te kiezen. De richting van de blauwe lijn bepaalt welk eindpunt dit is.

Segmenten vastleggen

Tussen het gekozen start- en eindpunt wordt bepaald welke segmenten van de Polyline van kantopsluiting moet worden voorzien. Alle segmenten worden één voor één langsgelopen, en waar van toepassing worden rechte banden en bochtbanden getekend. Is een Line of Arc geselecteerd, dan is natuurlijk slechts één segment van toepassing.

LET OP: De functie kijkt naar alle segmenten afzonderlijk: heeft bijvoorbeeld een recht deel van de lijn halverwege een tussenpunt, dan worden de twee segmenten afzonderlijk van kantopsluiting voorzien. Zorg er dan voor dat overbodige tussenpunten uit de Polyline verwijderd zijn.

Rechte segment

Van het gekozen type (en afmeting) band wordt het Symbool van de rechte band van 1 meter lengte toegepast. Dit symbool wordt tot aan het einde van het segment aansluitend aan elkaar geplaatst.

Boogsegment

Bij een boogsegment worden bochtbanden toegepast. Is echter de bochtstraal groter of gelijk aan de in de Instellingen vermelde waarde bij "Rechte banden toepassen vanaf straal (m):", dan worden rechte banden van 1 meter lengte nauwkeurig langs de bocht verdeeld. Zijn bochtbanden van toepassing, dan wordt met behulp van de tabellen vastgelegd welke bochtband en welk aantal per 360 graden van toepassing is. Dit symbool wordt vervolgens tot aan het einde van het boogsegment aansluitend aan elkaar geplaatst.

Zaagstukken

Voor de restmaat aan het einde van het (boog)segment wordt van het gekozen type band een "Zaagstuk" symbool toegepast. Dit is een Dynamic Block met "ZAAGSTUK" in de naam. Na plaatsing van het symbool wordt de parameter "Lengte" (bij rechte banden) of "Hoek" (bij bochtbanden) ingevuld met de exacte restwaarde. Is de restwaarde kleiner dan een halve (bocht)band, dan wordt ook aan het begin van het segment een "Zaagstuk" toegepast, zodat beide een restwaarde krijgen die groter is dan een halve (bocht)band.

Het Zaagstuk is een Dynamic Block met een Stretch parameter

Afwijkende straal

Wordt voor een straal van een boogsegment geen exact passende bochtband gevonden, dan is het mogelijk de dichtstbijzijnde beschikbare bochtband toe te passen. Deze bochtband met afwijkende straal wordt toch op de millimeter nauwkeurig langs de bocht uitgezet.

 

Bij de Instellingen kunt u aangeven hoe de functie met afwijkende stralen om moet gaan: zie "Bij afwijkende straal:". 

 

 

InfraCAD v8.2

Copyright © 2025 ARKANCE