Instellingen Inmeten
Voor het verwerken van de meting kan worden gekozen voor de knop Instellingen om de default instellingen naar wens aan te passen. Dit kan met behulp van de tandwielknop linksonder in het wizardvenster, of via de knop op de Palette. Het volgende venster verschijnt.
In dit venster is het mogelijk om een locatie op te geven waar Meetcoderingen worden opgeslagen. Bij het eerste keer starten van de applicatie zal deze locatie standaard worden ingesteld op de Windows Roaming AppData locatie van de huidige gebruiker.
Tevens is het mogelijk om aan te geven waar meetbestanden staan. Hiervoor kan worden gekozen uit een vaste locatie, de laatst gebruikte locatie of de locatie waar het meetbestand is opgeslagen.
Voor meetbestanden kan worden ingesteld welk teken wordt gebruikt als kolomscheiding.
Alle instellingen voor profielmetingen worden beheerd op het tabblad Profielen.
Verder is het mogelijk om aan te geven of altijd in 3D verwerkt moet worden. Bij het verwerken naar 2D worden polylijnen gebruikt met bogen, bij het verwerken naar 3D worden 3D polylijnen gebruikt waarbij de gemeten bogen worden omgezet in korte rechtstanden.
Daarnaast kan op elk gemeten punt een meetpuntmarker worden geplaatst met de meetgegevens van dat punt.
Ook kan worden aangegeven of alle positieve hoogtecijfers voorzien moeten worden van een plus-teken.
InfraCAD CE v8.0 |
Arkance Systems NL © 2024 |