Handleiding InfraCAD CE

Profielmetingen

 

Profielen kunnen met InfraCAD CE gecodeerd worden gemeten in het terrein. Zowel dwarsprofielen als lengteprofielen kunnen worden gemeten.

Een gemeten profielpunt heeft een bepaalde opmaak. De stuurcode voor een profiel kan worden ingesteld in de Meetcoderingen editor. We gaan in de voorbeelden uit van de code PD voor dwarsprofielen en PL voor lengteprofielen.

Een samengesteld profiel bevat altijd een profielnummer en één of meer profiellijnen. De wijze om dit te meten is als volgt:

[stuurcode][profielnummer][punt][lijnnummer]

Een voorbeeld:

1001,109996.5565,379989.2113,2.6941,PD201.1

Bovenstaande code PD201.1 beschrijft een profielpunt van profiel 201 en lijnnummer 1. In plaats van lijnnummers is het ook mogelijk om een profielnaam op te geven.

1001,109996.5565,379989.2113,2.6941,PD201.maaiveld

 

In bovenstaand voorbeeld wordt lijn maaiveld gemeten in profiel 201.

Alle punten met hetzelfde lijnnummer zullen worden samengevoegd tot één profiellijn in het profiel. Het komt voor dat een punt bij meerdere profiellijnen hoort, in dat geval worden beide lijnen met de punt achter het profielnummer geplaatst.

1001,109996.5565,379989.2113,2.6941,PD201.mv.wl

 

Bovenstaande code verwijst naar een punt in profiellijn mv (maaiveld) en profiellijn wl (waterlijn).

De punten van een profiel hoeven niet achter elkaar gemeten te worden, er mag situatie tussendoor worden gemeten, maar de profielpunten moeten wel op volgorde worden gemeten. Zo is het ook mogelijk om meerdere halve profielen aan een waterkant te meten en daarna pas de andere helft.

Alle profielpunten worden verzameld en uitgetekend in de tekening. Tijdens de verwerking wordt gevraagd om een locatie op te geven voor het eerste profielraster. Deze vraag wordt alleen gesteld als er profielen verwerkt worden.

In de situatie wordt met een lijn aangegeven waar het profiel gemeten is. Het nummer dat bij de lijn wordt geplaatst is het profielnummer en komt overeen met het nummer dat in het profielraster wordt getoond.

Het profiel (met één of meerdere profiellijnen) wordt uitgetekend in een profielraster. Bij het raster wordt het profielnummer vermeld, de afdrukschaal en een NAP-lijn. Onder het profielraster wordt begonnen met een band met afstanden en daaronder één of meerdere banden met hoogten, voor elke profiellijn één.

Bovenstaande (zonder de projecties) is gemeten als volgt:

8025,163316.2828,444179.1539,17.1912,PD103.mv

8026,163331.0593,444171.7977,18.0426,PD103.mv

8027,163332.7394,444171.1942,18.1625,PD103.mv

8028,163334.2189,444170.4744,18.2152,PD103.mv

8029,163337.5530,444168.9234,18.3121,PD103.mv

8030,163337.6089,444168.8994,18.4510,PD103.mv

8031,163339.6196,444168.0297,18.4207,PD103.mv

8032,163339.7099,444167.9860,18.3090,PD103.mv

8033,163343.1122,444166.2909,18.1994,PD103.mv

8034,163345.5442,444164.8763,18.0785,PD103.mv

8035,163349.0890,444163.1521,18.0402,PD103.mv

8036,163350.7963,444162.4590,18.1389,PD103.mv

8037,163355.1624,444160.2300,18.7130,PD103.mv

8038,163366.8458,444154.5835,18.9310,PD103.mv

 

Door het meten van een serie punten langs een lijn en deze te coderen als dwarsprofiel met een profielnummer en een lijnnummer zullen de punten samen tot een profiel worden gevormd. Bij de verwerking wordt het eerste en laatste punt van de eerst gemeten profiellijn gebruikt als basislijn. Bij een dwarsprofiel wordt elk tussenpunt geprojecteerd op deze lijn. Bij een lengteprofiel worden alle afstanden achter elkaar geplaatst.

 

Profiel omgekeerd meten

Het is mogelijk om een profiel omgekeerd te meten. Zo hoeft een profiel niet altijd van links naar rechts gemeten te worden maar kan, bij weg- of slootprofielen, het ene profiel van links naar rechts worden gemeten en het volgende profiel andersom. Om het profiel toch goed uit te tekenen kan de stuurcode worden toegevoegd aan de meetregel waarmee profielen omgekeerd getekend worden. Deze stuurcode is in te stellen in de Meetcoderingen editor. Als voorbeeld gebruiken we RP. Deze stuurcode mag op elk van de meetregels van het profiel worden geplaatst, en met een spatie gescheiden van de overige codes.

8029,163337.5530,444168.9234,18.3121,PD103.mv RP

 

Nieuw nulpunt

Ook is het mogelijk om een ander nulpunt aan te geven. In de afstandsbalk wordt normaal gesproken de afstanden van links naar rechts geplaatst, beginnend bij 0.00m. Vaak worden profielen vanuit de wegas bemaat. Hiervoor kan de ingestelde stuurcode voor een nieuw nulpunt worden gebruikt. Deze stuurcode dient op de meetregel geplaatst te worden waar het nieuwe nulpunt in de afstandsband geplaatst wordt. Als voorbeeld gebruiken we NP.

8029,163337.5530,444168.9234,18.3121,PD103.mv NP

 

Het is ook mogelijk om meerdere stuurcodes te combineren.

8029,163337.5530,444168.9234,18.3121,PD103.mv RP NP

 

Projecties

Daarnaast is het mogelijk om projectiecodes te gebruiken. Deze projectiecodes zorgen ervoor dat in het profiel een symbool wordt geplaatst. Dit symbool kan bijvoorbeeld een zijaanzicht van een boom of lichtmast zijn. Deze projectiecodes worden beheerd in de Meetcoderingen editor. Als voorbeeld gebruiken we PBM voor een zijaanzicht van een boom. In de Meetcoderingen editor hebben we ingesteld dat dit punt op het gemeten knikpunt geplaatst wordt.

Door deze code op de juiste meetregel met een spatie gescheiden van andere codes te gebruiken zal er in het profiel een boom worden getekend.

8032,163339.7099,444167.9860,18.3090,PD103.mv PBM

 

Ook hier is het mogelijk om stuurcodes en projectiecodes te combineren.

8032,163339.7099,444167.9860,18.3090,PD103.mv RP PBM NP

 

Door handig gebruik te maken van de instellingen in de Meetcodering kan een profiel in het terrein al worden aangekleed met zijaanzichten van een boom, lichtmast, hekwerk, verharding symbool, tekst met as-hoogte, afschot, enzovoort.

 


InfraCAD CE v8.0

Arkance Systems NL © 2024