HANDLEIDING INFRACAD

De Bijschriften in de tekening plaatsen

 

Na het drukken op [Toepassen] kan de lijst met Bijschriften als een samengestelde “bundel” van MLeaders in de tekening worden geplaatst. De aanpijlingen staan daarbij altijd loodrecht op het lijnsegment ter plaatse van het aangewezen punt, de teksten evenwijdig aan het lijnsegment. Wat nog wel door de gebruiker te bepalen is:

De afstand van de eerste MLeader tekst tot het lijnsegment (door het aanwijzen van het tweede punt).

Aan welke kant van het lijnsegment de MLeaders geplaatst moeten worden (de richting van de hulplijn)

Uitlijning van de tekst ten opzichte van de aanpijling (door bij het aanwijzen van het tweede punt links of rechts van de hulplijn te klikken).

De volledige lijst met Bijschriften en nummers van NLCS-objecten wordt als NLCS data in het lijnsegment opgeslagen.

Gekoppeld

De pijlpunt van de aanpijlingen van alle Bijschriften wordt exact op het Geometrie object geplaatst. Dit plaatsingspunt is daarmee de koppeling tussen het Geometrie object en alle Bijschriften van de “bundel”.

Bijschriften bij tracé wijzigen

Zijn er al Bijschriften aan de lijn gekoppeld, en de lijst is bijvoorbeeld uitgebreid met enkele Bijschriften, dan worden alle aan de lijn gekoppelde MLeaders uit de tekening verwijderd, met uitzondering van één MLeader uit elke “bundel”, waarvan de tekst het dichtst bij de lijn staat.

Deze overblijvende MLeaders zijn weer de basis om aan te vullen met de overige Bijschriften uit de aangepaste lijst. Op deze wijze blijven ook verschillen in stijl behouden:

 

InfraCAD v8.2

Copyright © 2025 ARKANCE